Alles over Papendrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem 'Interview met Simon van Dalen: Eigenlijk had ik op m’n 17e al naar het conservatorium gemoeten' Simon van Dalen
08sep

Interview met Simon van Dalen: Eigenlijk had ik op m’n 17e al naar het conservatorium gemoeten

PAPENDRECHT - In de september editie van het magazine van Muziekvereniging Excelsior lazen we een mooi interview van Rein Punselie met Simon van Dalen en we hier op Papendrecht.net mogen doorgeven:

Simon, hoelang ben je al musicus?
O, dat is een leuke vraag. Want wanneer word je musicus, als je jong bent en ambities hebt om muziek te maken.

Dan ben je musicus?
Dan is dat de opening.

Maar heb je nog idee hoe oud je toen was?
Ach, ik ben dus begonnen met orgelles op een harmonium zoals het bij de meeste reformatorische gezinnen in huis was, dan ging je zelf wat proberen en dan was het toch al gauw van he, dat klinkt leuk. Dus de techniek doorhebben en toen was het van “die jongen moest eigenlijk les hebben”. Maar deskundig waren mijn ouders niet. Ze hielden zich wel bezig met muziek in de zin van beluisteren en juist in de religieuze sfeer.

Mijn vader was ijzerwerker bij  scheepsbouwer Hoebee die had daar een man ontmoet en hij zei:  ik heb een zoon die heeft wel ambitie voor een orgel kan jij hem les geven? Die man speelde toen in de Groene kerk, die man was eigenlijk een kruidenier op z’n zondags (lacht). Hij kon wel vierstemmig spelen en de gemeente zong nog mee maar het was natuurlijk geen virtuoos. M’n vader had er geen verstand van dus ging ik bij die man op les. Hij had wel een mooi lesprogramma maar eerlijk gezegd speelde ik al snel beter dan hij (lacht breed). Dat klinkt erg verwaand, ha, ha.

Maar dat kan.
Ja, het is gewoon zo. In die Oud Gereformeerde kerk waar wij toen waren werd toen altijd a capella gezongen, er was een voorzanger, de ouwe Papendrechters zullen hem nog wel kennen, dat was …..., ik wil zijn naam niet noemen want misschien kwets ik daar nog mensen mee. Die man ging er eens breeduit voor zitten met z’n hand op de bijbel en dan begon die.

Op hele noten neem ik aan?
Ja.
De intervallen waren vrij goed en als kleine jongen was ik daar ook bij.
Toen moest er eigenlijk wel een orgeltje komen want die man zette nog wel eens te hoog in, dan kon niemand er meer bij natuurlijk toen zijn er stemmen opgegaan “we moesten het maar eens met een urgeltje gaan doen”, maar er was een ouderling  die zei “wereldgeluid gelijkvormigheid”. Toen hebben we de hele oorlog nog door getobd en toen is die man overleden en hebben ze een orgeltje gekocht.

Een harmonium of een echt orgel?
Een harmonium natuurlijk, dat was helemaal te gek met pijpen in de kerk! Toen zeiden ze binnen het bestuur nu kunnen we dat orgeltje wel kopen maar wie gaat dat dan bespelen? Toen zei mijn vader “o, dat doet Siempie wel”.  En toen was het huppakee.
Ik heb ook nog les gehad van Marie Garsthagen die was veel technischer en beter en daarna moest ik nog een stapje hoger toen ben ik bij de bekende organist van de grote kerk Jan Koppenol gekomen.  Die leerde mij op twee klavieren en pedaal spelen.

En de registers?
Uiteraard en het was heerlijk als ik op dat grote orgel mocht spelen. Je voelt het wel aan, dan begint het in je ziel te bruisen, want dan wil je niet anders meer als op zo’n orgel. En zo is het eigenlijk doorgegaan.

Toen je ging werken ben je toen meteen musicus geworden?
Als ik tegen m’n vader had gezegd dat ik wel naar het conservatorium wilde? Neeeee, het conservatorium was te werelds. Dat kerkelijke calvinisme, dat moet en dat mag niet etc. en daar zat zo’n opleiding niet in. Bovendien, muziek dat was helemaal geen beroep en ook niet om lol te maken want zo fraai is het leven niet  in die kringen.

Ga verder met je verhaal hoe je beroeps bent geworden.
Ik wilde orgelbouwer worden en in die jaren moest je minstens een meubelmakers opleiding hebben of dat van modelmaker. Toen heb ik een tijdje in een modelmakerij gewerkt  en daar heb ik heel veel over houtbewerking opgestoken. Daarna heb ik proefgedraaid bij een orgelbouwer maar dat ging niet, ik moest er te ver voor gaan reizen. Je had toen nog niet zoveel auto’s als nu dus ik moest ermee kappen. Toen ben ik laboratorium assistent  geworden bij de Meterfabriek in Dordrecht. Dus dat hele orgelbouwen was op een laag pitje gekomen. Toen ben ik begonnen aan een analistencursus en dat heb ik gehaald. Toen ging dat bedrijf het dorp uit en ik wilde niet mee naar Oldenbroek. Toen zei m’n oud leraar Jan Koppenol “Jo, jij kan makkelijk hier aan het werk. Als je een advertentie zet heb je zo een stel leerlingen en je kan er tegenwoordig echt wel wat voor rekenen, zeker op jouw niveau”.  En dat heb ik gedaan.

Ik moet je wel zeggen dat ik een fantastische vrouw heb gehad, die stond er achter. Als je zo’n beroep moet opbouwen en het thuisfront gaat niet dan kan je het schudden. Er is nog veel meer nog wat zij gedaan heeft want toen moest ik muziekopleidingen gaan doen. Voor een koor, zonder diploma’s, dat gaat niet, weer er tegenaan in m’n vrije tijd studeren, oefenen enz. En m’n vrouw ving dat op, de kinderen, nou wat moet je nog meer? Ze stimuleerde me ook.

Ik heb ook solozang geleerd op de muziekschool in Dordrecht dus zangtechniek heb ik ook geleerd. Ik heb solo gezongen ook en dat zou ik nog wel kunnen.

(geëmotioneerd) Achteraf ben ik eigenlijk vreselijk trots maar dan vooral op mijn vrouw. Ik heb indertijd van de Koningin goud gekregen. De helft is van mijn vrouw. Dat vertel ik aan iedereen die het horen wil, dat mag je best in het blad zetten.

Maar zo ben je dus beroeps geworden?
Ja. Na het halen van m’n diploma’s werd ik ook ingeschreven in het z.g.n. Toonkunstenaars register. Dat vond ik wel een erkenning. Ik heb verschrikkelijk veel plezier gehad in het muziek maken, dan ben je gewoon op je plaats. Eigenlijk had ik op m’n 17e al naar het conservatorium gemoeten. Ik heb wel begrepen dat er ook wel mensen waren die begrepen hebben dat ik er hard voor geknokt heb en toch gehaald. Nu zit ik mezelf te kietelen ha, ha.

Je hebt ook heel lang de aubade op Koninginnedag gedaan, misschien ook nog wel op Koningsdag.
Koningsdag heb ik niet meer gedaan.

Daar ben je mee gestopt, om je leeftijd of had je het wel gezien?
Ja, de Koningin ging weg en toen was ik 80 en ik denk dat op een gegeven moment dat ik dacht “gaat die ouwe nog niet weg”. Dan ben je 80 maar dat wist ook iedereen. Niet omdat het noodzakelijk was en de Oranjevereniging  had een vervanger in de persoon van Wim Versteeg.

Je hebt heel wat koren begeleid, zat daar ook kwaliteit tussen?
Ik heb fantastische muziek kunnen maken met het gereformeerd kerkkoor uit Sliedrecht, daar kon ik echt muziek mee maken. Hele mooie dingen van Meldelssohn de koralen o.a. Psalm 42 polyfoon tuurlijk helemaal, fugatische vorm. Met dat koor kon je muziek maken.

Muziek maken is wat anders dan zingen.
Juist, duidelijk noem ik dat ook zo.

Waren alle koren christelijk?
Het brandweerkoor dus niet en het koor uit Brandwijk dat was ook neutraal. En ik had twee bejaarden koren maar dat is anders, die mensen waren zo enthousiast en dat ging meer om de lol. Ik heb ook drie kinderkoren gehad en dat is natuurlijk echt anders.
Het koor uit Brandwijk bestond dit jaar 35 jaar, krijg ik een uitnodiging voor het jubileumconcert. Ik heb er zo van genoten.

Dat ze nog aan je denken.
Ik ben er ook erelid, het is het enige koor waar ik een uitnodiging krijg als er iets bijzonders is. Maar heel leuk.

Je bent vriend van Excelsior en ik zie je ook vaak bij optredens. Je hebt er volgens mij een warme belangstelling voor. Niet alleen omdat het muziek is want als het je niet ligt ga je er ook niet naar luisteren. Hoe kijk je tegen Excelsior aan?
Als je in 1934 een auto kocht moest je hem aanslingeren en dan zo’n toeter peppep met zo’n rubber bal en dan hobbelde je weg. Als je nu een auto koopt dan start je en rijdt geluidloos weg. Zo zou ik het beschrijven. Ja, vroeger was alles anders, ze hadden alleen een pet  en dat was alle uniform wat ze hadden. De dirigent had geen opleiding, van Genderen heette die. Die man stond een beetje te lepelen.

Maar hij heeft er jaren voorgestaan.
Hij was streng hè.

Heb je ooit voor een orkest gestaan?
Ja, een klein orkest. O, ik heb Excelsior ook wel eens gedirigeerd, dat was bij de marathon een aantal jaren geleden.
Ik heb wel meer associaties met Excelsior ik heb kleinkinderen.

Mirjam?
Die ken je dus?

Ik heb m'n huiswerk gedaan.
De laatste keer in de tuin, ze is in verwachting hè en ik zag ze zo zitten met dat buikje en toen maakte ze muziek. Ze kan lekker spelen. Ze maakt muziek dus. Heerlijk. En toen dacht ik dit is het moment dat de muziekkwaliteit wordt overgebracht in de moederschoot. Jong geleerd is oud gedaan en daar geniet ik van. Muziek is een wereld apart waar wij van mogen genieten.

Je bent ook organist van de Bethlehemkerk, wat is daar interessant of leuk aan?
In de eerste plaats een kolossaal orgel.
Destijds hadden we een ander systeem met versterkers maar dat beviel niet meer, dat spul m.n. de versterker was versleten en er moest iets anders komen. Er is toen een orgelcommissie in het leven geroepen. Daar zat ik natuurlijk ook in.

We moesten eerst 80.000 gulden hebben dan konden we een orgel bestellen maar door het devalueren van het geld was het 125.000 geworden en dat hebben we een paar keer gehad tot 180.000 gulden. En dan moet ik Gerrit (Dikke (red.)) Dekker weer gelijk geven, die zei “we gaan beginnen”. Toen heeft Blank uit Herwijnen het gemaakt. Er zit een hele mooie techniek achter. Dit is dan het miniatuur van het orgel, die heb ik gekregen toen ik 50 jaar organist was. (Laat mij het prachtige miniorgel zien).

Ik wil een foto maken als je achter je orgel zit.
O ja? Ha ha. Nou oke. Dan moet ik wel even opruimen.

Jo, ben je gek, laat het gewoon zoals het is. Dat is juist het aardige.
Nou ja, goed.

(Onder het nemen van de foto speelt Simon een vrolijk herderslied wat hij zelf geschreven heeft).
Voorwaar een leuk afscheid.

Simon, bedankt.

Rein Punselie

Bron: Het magazine van Excelsior
www.excelsiorpapendrecht.nl



Deel dit bericht met je vrienden!