Samenleving - Geschiedenis van Papendrecht

- 900 jaar geschiedenis aan den dijk
- Ruzie om land
- Strijd tegen water
- De polder word verkaveld

- 1400 tot 1500: Papendrecht overleeft
- De Heren van Papendrecht

- Huis te Papendrecht
- Van dijkbodens en aannemers
- Wielen of Walen
- Scheepsbouw
- Buiten de dijk

 

Scheepsbouw

Doleantie of niet, ook de boeren regenten van Papendrecht konden uiteindelijk de vooruitgang alleen maar vertragen. Langzaam maar zeker won ook in het dorp de industriële revolutie terrein. Al in 1839 stichtte Cornelis Smit een scheepswerf in polder Nieuwland. De werf genaamd ‘De Hoop geleidt Ons’ werd in 1852 alweer overgenomen door Jacob van Duyvendijk.

Het ligt voor de hand dat Papendrecht eigelijk een perfecte locatie voor scheepsbouwers was. Rond die tijd kende Papendrecht 2200 bewoners en het valt aan te nemen dat een aardig aantal hun brood inmiddels in de scheepsbouw verdiende. In ieder geval stonden er officieel tien scheepmakers en drie scheepmakerknechten geregistreerd. Misschien was de rest de moeite van het opschrijven niet waard. Wat wil een mens tenslotte zonder vakbond. Daarom was het niet vreemd dat in ’52 Jan Smit nòg een werf startte, dit keer aan de Oost Veerdam. Daar werden zelfs zeeschepen gebouwd. Weliswaar van hout met masten, want zoveel stoom was er nog niet. Overigens duurde dat ook niet al te lang, want zes jaar later in 1858 nam Cornelis Gips het spul alweer over. En of den duvel er mee speelt, ook die hield het niet echt lang vol als bootjesbouwer. De werf werd later de Russische Houthandel, zeker omdat ze de masten anders niet meer kwijt konden.

Hoe dan ook, rond 1890 stonden er vijf scheepswerven in Papendrecht te boek. Met zijn vijven hadden ze in ieder geval al meer dan honderd man in dienst. Op het oude Veer zat Willem van der Esch, aan de Veerdam zaten Arie Verheul en Jan Vermeulen en aan het Westeind zaten Pleun van den Adel en Aart van Duyvendijk. Aart was volgens de boeken de grootste want hij had in die tijd al zo’n kleine vijftig man in dienst. Op dat moment, zeg 1890, was de bevolking inmiddels toegenomen tot een drieduizend inwoners. En de veranderingen in de industrie lieten ook in het dorp hun sporen na. De houtbouw werd langzaam maar zeker vervangen door ijzer. Ook allure kregen ze. Op een grote werf mocht de baas zich scheepsbouwmeester noemen, maar op een kleine werf heette dat scheepmaker.

Het lijkt er overigens niet op dat de functie van gemeenteraadslid veel belastingvoordelen opleverde. Zo waren Aart van Duyvendijk en Willem van der Esch ook nog gemeenteraadslid, maar betaalden van de scheepsbouwers toch mooi de meeste belasting. Het hoogste bedrag werd echter betaald door baggeraar en aannemer Van der Velden. Die moest in 1890 maar even tweehonderdentwintig harde guldens lappen. Maar goed, hij zal er ook wel naar verdiend hebben. In 1892 deed Verheul zijn werf over aan smid Van Rossum. Maar die dacht vermoedelijk, smid blijf bij je aambeeld, en hij verkocht het spul amper zeven jaar later weer aan ene Martinus Visser, aannemer te Papendrecht. En zie daar, de grondvesten voor de roemruchte Papendrechtse bouwboerendynastie waren gelegd, want hieruit kwam later aannemingsmaatschappij Visser en Smit voort. Blijkbaar hadden de aannemers de smaak te pakken, want net tien jaar later kocht Adrianus Visser, neefje van, in 1908 de werf van Van der Esch over.

Buiten de Dijk

Om een aantal praktische redenen lag de industrie van Papendrecht vanaf het begin van de twintigste eeuw buitendijks. De nieuwbouw en reparatie werven lagen in polder Nieuwland aan de Noord of aan de Merwede en aan het Oosteind lagen nog wat kleinere werfjes. Ook aan de Gantel ontspon zich de nodige activiteit. De kreek was in 1630 weliswaar gedeeltelijk afgesneden door de aanleg van de Veerdam, maar bleef toch goed bevaarbaar. Pas veel later zou de afsluiting van de Gantel en de aanleg van de dijkverzwaring het definitieve einde betekenen van de toen bijna honderd jaar oude werf van Willem Matena. Een werf die zelfs de crisisjaren overleefde en soms wel drie schepen per jaar bouwde.

Waar dat vroeger ‘op het oog’ kon, begon de techniek langzaam maar zeker hogere eisen te stellen. Het werd noodzakelijk om bouwtekeningen te gebruiken die gebaseerd waren op vakkundig rekenwerk. Dus werd de jonge generatie door de ouwe knoestige scheepsbouwers naar school gestuurd. Al in 1833 werd in Dordrecht de Stadsbouwkundige en Tekenschool opgericht. Hier leerden ze onder andere rekenen, meetkunde, werktuigkunde en tekenen. Het werd later de Industrie en Teken school, toen de Burgeravondschool en tenslotte in 1883 de Ambachtschool. En daar kan men kort over zijn, die hadden ze nooit moeten slopen. Op de leerlingenlijst komen natuurlijk nog de onvermijdelijke namen voor van Van der Esch, Van den Adel en Visser. Geslachten die vele generaties het leven in het dorp bepaalden.

Met de groei echter van zowel de industrie als de bevolking werd de behoefte aan ruimte groter. Met name na de tweede wereldoorlog was die expansie nauwelijks te stoppen. In 1960 werd de tienduizendste inwoner begroet, dus tot dat moment viel het nog wel mee als men bedenkt dat in 1890 dat getal al drieduizend was.

Maar dan gaat het hard en in 2005 zijn het er al meer dan dertigduizend. Een vol dorp dat ook geen groeiruimte meer heeft. Aan de Zuidkant de grote rivieren als bescherming tegen het kwaad. Aan de Noordkant de zelf opgeworpen barrière van snelwegen en spoorlijnen. Ten Oosten en Westen buurgemeenten die ook klem zitten.

Van de botten die Cees van der Esch uit de dijk graaft, tot de stoffige en soms halfvergane documenten die Riek Blokland-Visser uit het archief weet te lichten, vertelt de geschiedenis het verhaal van een kleine gemeenschap aan de rivier. Eeuwenlange strijd tegen de elementen. Roerige tijden van oorlog en de rust van de vrede. Maar altijd die strijd om het bestaan. Op het water en daar tegen datzelfde water dat zoveel leven geeft. Op het land, maar ook daar weer tegen het water. Nu in de moderne maatschappij een samenleving die nauwelijks nog tegen de elementen hoeft te strijden.

Na 900 jaar onvermoeibaar en onwrikbaar op die kruising van traag stromende rivieren zal het er over nog eens 900 jaar denkelijk ook nog wel liggen. Papendrecht mag dan oud zijn, het is zeker niet der dagen zat.

Vorige  

© 1999 - 2008 Bezichtig.nu, alle rechten voorbehouden. Disclaimer