Interview Joshua van Rooij (COA): “Drukke verhuizing achter de rug, jongeren zijn geland”
PAPENDRECHT - Vanaf 23 februari 2026 zijn de jonge vluchtelingen stap voor stap verhuisd van de opvang in de Seringenstraat naar de opvang in de Weteringsingel. Inmiddels hebben alle 49 jongeren een plekje gekregen en kunnen ze verder wennen aan hun nieuwe locatie. Ondertussen wordt er nog flink geklust, want de verbouwing is nog niet helemaal afgerond.
Papendrecht.net is op donderdag 5 maart bij locatiemanager Joshua van Rooij op bezoek geweest, om hem te spreken over de verhuizing en alles wat er verder bij komt kijken. En onderaan het interview kunt u een serie foto’s vinden voor een impressie van de opvang.
Joshua, kun je je allereerst even voorstellen? Waarom ben je dit werk gaan doen?
Ik ben de manager van de locatie aan de Weteringsingel. Maar ik was ook de manager van de locatie aan de Seringenstraat. Al ben ik dat eigenlijk nog steeds, tot eind van de maand. Ik ben al langer werkzaam als manager in de zorg, want ik ben verpleegkundige van origine. Vanuit die richting ben ik ook in contact gekomen met opvang van vluchtelingen en werk ik met veel plezier voor het COA.
Zijn inmiddels alle jongeren vanuit de Seringenstraat overgeplaatst naar de Weteringsingel?
Alle jongens (41) en meisjes (8) zijn inmiddels overgeplaatst. Dat hebben we vorige week afgerond. Totale chaos natuurlijk. Want het is een hele onderneming. Het duurt wel een paar dagen voordat alles klaar is. Maar voor het weekend was het allemaal wel een beetje geregeld. We zijn met 49 kinderen verhuisd. En vanaf 2 maart is er nieuwe instroom. De eerste nieuwe jongeren zijn gearriveerd. Deze week worden alle jongensbedden vol gelegd. Dan hebben we de meisjesbedden nog over. En daarvan hebben we afgesproken dat die in april gaan komen. We hebben in totaal 16 meisjesbedden.
De Seringenstraat verlaten we eind maart, dan zijn we daar weg. Je hebt begrepen dat we daar nu tijdelijk nog 25 jongeren hebben opgevangen omdat er plek is en elders weer locaties sluiten waardoor jongeren tijdelijk snel ergens anders moeten worden ondergebracht. Dat hebben we op de Seringenstraat nu gedaan en die zullen in de komende maand op andere plekken in het land huisvesting krijgen. En dan is het hele pakket van de Seringenstraat afgerond en houden we alleen de Weteringsingel over.
Ik begrijp heel goed dat de omwonenden in de Seringenstraat waren overvallen. Ik heb er gisteren ook een aantal gesproken. Dus in dat opzicht realiseer ik me dat dat ook dat mensen gedacht hebben van ‘tjonge, nu zijn ze uit de Seringenstraat weg, het zal wel leeg staan’. De wens is misschien de vader van de gedachte.
Maar het feit blijft: de capaciteit van de COA is extreem laag. Zo laag dat het bestuur heeft gezegd dat mogen geen enkel bed onbeslapen mogen laten en dat is ook terecht. Als er zoveel mensen in Ter Apel zitten te wachten op een plekje en ze kunnen nergens heen en we hebben ergens een plekje dan moeten we er iets mee doen. En als het om de opvang van de AMV gaat is het zo dat we toch met enige regelmaat zien dat we ook locaties moeten sluiten. Terwijl er niet zoveel locaties open gaan. En dan hebben we een crisis waar jongeren tijdelijk even onderdak moeten worden gebracht. Even wat tijd kopen om te zorgen dat we het kunnen regelen.
Dat hebben we met de huisvesting van de jongeren op de Seringenstraat nu gedaan. Dat verandert niets aan onze plannen. We hebben met de gemeente afgesproken dat we tot eind maart aan de Seringenstraat welkom zijn op basis van de bestuurlijke overeenkomsten. En dat houden we ook zo.
De communicatie hierover had wel beter gekund. Communicatie blijft altijd een lastig ding. Voordat je met elkaar alles hebt doorgesproken, ben je eigenlijk al te laat. Dat is negen van de tien keer het geval in een crisis. Als je heel snel moet, is communicatie het eerste wat als het kwetsbaarste punt wordt aangemerkt. Kijk, als wij drie weken van tevoren weten dat we iets moeten doen, kun je drie weken van tevoren een plan hebben en twee weken van tevoren communiceren. Dat was in dit geval niet zo. Maar de intentie van alle partijen is om te doen wat we met elkaar hebben afgesproken. En die is goed. Dus in zoverre denk ik dat we niet doen wat niet is afgesproken. Iedereen wil er het beste van maken. In een grotere context waarin die vluchtelingenopvang zo onder druk staat, is ook het tijdelijk huisvesten van deze 25 jongeren het beste wat we ervan kunnen maken.
Hoe ervaren de jongeren de nieuwe locatie? Wat zijn de belangrijkste verschillen met de opvang Seringenstraat?
De nieuwe locatie is natuurlijk glad, strak en netjes. Want ze hebben heel veel nieuwe dingen moeten maken in dit pand. Veel nieuwe muren, allemaal netjes wit en gestuukt. En dat is een groot verschil met de Seringenstraat. Want daar hadden we natuurlijk een pand wat van oudere datum, van vroeger zeg ik dan maar. Met bruine baksteen binnen, wat toen heel erg hip was. Maar dat is wel heel donker. Dit is veel lichter. Voor de jongeren is dat ook fijner. Het voelt lichter en de ruimtes zijn iets groter. Niet de kamers, maar wel de gangen en de recreatieruimtes, zoals je hier hebt gezien. Dan gaan we met veel meer jongens en meisjes wonen, dus dat is ook zo weer vol. Maar gevoelsmatig is het wat ruimer en dat wordt ook door hen gevoeld.
Het grootste gedeelte van de jongens en meisjes gaat naar school. Want die komen vanuit de Seringenstraat en die gaan dan naar het ISK of naar het MBO. Alle nieuwe instroom moet in eerste instantie door het ISK worden gezien. Dus dat is een intake die plaatsvindt. Die plannen we in de komende weken en dan gaan ze ook naar school.
De jongeren doen zelf actief mee. Ze doen eigen boodschappen, ze maken hun eigen eten. Nu met de Ramadan is het natuurlijk een bijzondere maand, waarbij ze meer samen doen dan anders. Er wordt ook samen gegeten. Dus dat proberen we er een beetje in te houden de komende weken. Dat is wel erg leuk en plezierig en de sfeer is goed.
Als die jongeren gaan sporten, waar gaan ze dan naartoe? Gaan ze dan bijvoorbeeld naar een vereniging?
Er zijn jongeren die ingeschreven staan bij de VV Papendrecht, die voetballen in een elftal. Dat is relatief uitzonderlijk, want ze hebben geen status. Maar we hebben het toch voor elkaar gekregen. En we hebben daar nu ook met de gemeente en met VV Papendrecht een trainingsfaciliteit gecreëerd. Dus daar gaan ook wekelijks jongens trainen op het complex. Jongeren gaan bijvoorbeeld ook naar AV Passaat en Basic Fit.
Hoe verlopen de contacten met de winkeliers en omwonenden?
Van de Weteringsingel hebben we natuurlijk een lange aanloopperiode gemaakt. Dus hebben we voordat we hier waren met de gemeente samen contacten gelegd met omwonenden en winkeliers in een klankbordgroep. Beide hebben een eigen klankbordgroep. Er is frequent met elkaar gesproken. Die klankbordgroepen zetten we door als de partijen daaraan mee willen blijven werken. Wat ons betreft gaan we daar mee door. De volgende zijn alweer gepland. Op het moment dat het allemaal wat rustig en alle spanning er een beetje af is, dan verwacht ik dat de noodzaak wat afneemt, dat mensen het gevoel krijgen, ‘moet het allemaal nog’? Maar dat is aan de deelnemers, zeg ik dan maar. Wij willen het wel volhouden. Maar wij weten uit ervaring dat als het allemaal wat rustiger wordt en iedereen denkt, ach, het valt allemaal wel mee, dan zien we ook dat het enthousiasme of de motivatie om die gesprekken te blijven voeren afneemt. Maar daar gaan we nu nog niet van uit.
Welke maatregelen hebben jullie getroffen om een mogelijke overlast voor omwonenden en winkeliers te voorkomen?
Het zijn kinderen die allemaal naar school moeten, dus ze gaan om 10.00 uur naar bed. Idealiter zijn de lichten uit om 11 uur. Dat lukt aardig. Maar overlast is een subjectief begrip. Op het moment dat je het niet leuk vindt dat er mensen als vluchteling naast jou wonen, dan zal je misschien sneller overlast ervaren dan wanneer je dat niet zo voelt. Maar we hebben bijvoorbeeld op het dakterras een soort van geluidswerende wand aangebracht richting de flat. En met de gemeente hebben we afgesproken dat we ons gaan inspannen om met name einde middag en een keer in de avond een rondje te lopen door het winkelcentrum. Om te zien of onze jongeren daar rondhangen en overlast veroorzaken. En als dat zo is, dan nemen we ze mee. Volgens mij hebben we die ervaring niet. Maar dat zijn de maatregelen die we hebben genomen.
Hoeveel medewerkers staan er op de groep?
Gezien het feit dat zoveel jongeren ochtends naar school gaan, is onze ochtenddienst kleiner dan onze late dienst. Dus we starten hier met drie à vier vroege diensten, het liefst vier. Zeker als die groep nu groter wordt. Dan rammelen we iedereen uit bed en dan gaat iedereen naar school.
Als iedereen naar school is, dan is het allemaal heel erg rustig. Hier is er veel tijd voor administratie, want er moet ook genoeg aan papierwerk worden verplaatst. En dan begint om half drie de late dienst. Dat zijn er gemiddeld zeven tot acht personen aanwezig. Dus dan zie je opeens dat aantal verdubbelen. Ook omdat de jongeren rond die tijd terugkomen van school. En dan begint de dynamiek en wordt het druk op locatie. Dan gaan jongeren koken. Moeten ze naar sport, begeleiden we ze naar sport, waar nodig of mogelijk. Maar hebben we ook de mogelijkheid dat jongeren gesproken worden door Nidos, de voogden. We praten ook met hen volgens een bepaald schema.
Vorige week waren er een paar vandalen die op de ruiten bonkten. Is er inmiddels aangifte gedaan?
We hebben wel melding gemaakt daarvan bij de politie. Maar we hebben niet kunnen vaststellen wie het gedaan heeft, want we hebben de daders niet kunnen zien. De meiden waren natuurlijk wel geschrokken. Dus die hebben we opgevangen en gerustgesteld. Als dit soort dingen plaatsvinden, zien we het even aan, zeggen we dan maar eventjes. Om te zien hoe zich dat ontwikkelt. Misschien is het, en ik hoop het, een eenmalig incident en blijft het hierbij. Zo hebben we wel aangifte gedaan van de vernielingen die tijdens de verbouwing zijn aangericht. Maar in dit geval denken we, laten we even kijken hoe dit loopt. Maar mocht het zich herhalen, dan doen we wel aangifte.
De meiden slapen op de begaande grond en de jongens die slapen op de verdieping. Het heeft alles te maken met het feit dat de begane grond natuurlijk heel veel andere faciliteiten moeten hebben, zoals kantooromgeving, bewaking en gespreksruimtes. Dus we kunnen op de begane grond geen verdieping maken waar alleen maar geslapen wordt. Dat moet echt op andere verdiepingen. Tachtig jongeren in zo'n pand goed onderbrengen is toch wel een bouwtechnische hele puzzel.
Welke plannen zijn er die de komende maanden verder worden uitgewerkt?
We hebben nu de inhuizing zo'n beetje achter de rug. En voor de Weteringsingel geldt dat we met die jongeren echt nog aan het landen zijn. Er komen natuurlijk nog veel jongeren bij deze week. We hebben het aanbod van vrijwilligers om hier met jongeren verstandige en leuke dingen te gaan doen. We hebben het aanbod van de Morgensterkerk om samen op te trekken in activiteiten. Dus als het nu om plannen en ontwikkelingen gaat, dan hoop ik dat we daar de komende maanden tijd voor kunnen maken om te zorgen dat we die gaan doen en zichtbaar worden voor iedereen. En dan is het met name ons plan om te zorgen dat we een succes maken van deze locatie. De jongens en meisjes die hier zijn, die hebben het goed naar hun zin. We hebben de indruk dat ze zich ook welkom voelen en graag mee willen doen.
Wilt u nog iets meegeven ter afsluiting van het interview?
Ik ben altijd erg onder de indruk van de snelheid waarmee onze jongeren in staat zijn om a te begrijpen waar ze zijn, maar ook de Nederlandse taal te leren. Dat is indrukwekkend. Mij moet je niet vragen om binnen drie maanden relatief rudimentaire zinnen in het Arabisch te formuleren. Of in het Tigrinya. Of in wat voor exotische taal dan ook. Maar deze jongens lukt het binnen een maand of twee. En dat vind ik echt heel knap. Dat heeft ook alles te maken met de druk waar ze onder staan en de noodzaak die er is om hier aansluiting te vinden. Dat realiseer ik me ook. En als ik dan zie dat dat resulteert in het feit dat ze, zoals ze dat voor een belangrijk deel van onze jongeren hebben gezien, goed het ISK doorlopen. Zonder hickups hun certificaten halen en hun deelkwalificatie voor het mbo ook werkelijk invullen, dan vind ik dat voor zo'n korte periode dat de jongeren bij ons zijn echt heel knap. Het is verschrikkelijk leuk om nu deze locatie uit te lopen en 15 meter verderop drie of vier van onze jongens pizza's te zien bakken in de New York Pizza locatie in Papendrecht.
Er werken ook jongens bij de Albert Heijn en de Jumbo. Dat is allemaal eigenlijk heel normaal voor pubers met een zaterdagbaantje. Maar voor jonge vluchtelingen is het uitzonderlijk. Ze zijn in een vreemd land. Ze leren ook door te gaan werken veel sneller en veel beter wat onze gewoontes zijn en hoe het hier werkt dan wanneer ze naar het ISK gaan en in de klas zitten. En ik vind het fijn dat ondernemers ook bereid zijn om die jongens tewerk te stellen. Het is veel makkelijker om jongeren tewerk te stellen die een status hebben. Want die mogen werken, die hebben een BSN-nummer en dat is makkelijk. Voor deze jongens moet je een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het UWV. Dus die ondernemers doen echt wel iets extra's om te zorgen dat ze de jongens en meisjes kunnen opnemen in hun bedrijf.