Omwonenden gooien vuurwerk naar nesten van spreeuwen in Oostpolder
PAPENDRECHT - Bewoners van een groot deel van de Oostpolder hebben sinds anderhalve week te maken met flinke overlast van een grote zwerm spreeuwen. De spreeuwen bevuilen massaal auto's, huisdaken, terrassen, tuinen en zonnepanelen. De uitwerpselen zorgen voor een penetrante geur. Er is melding gedaan bij de gemeente Papendrecht, maar gemeente geeft aan dat ze hier niets aan kunnen doen.
Een aantal omwonenden heeft daarom het recht in eigen had genomen. In de bomen waar de spreeuwen hun rustplek hebben gevonden, werd gisteravond zelfs vuurwerk gegooid, in de hoop dat de spreeuwen een ander onderkomen gaan zoeken.
Een andere omwonende zag dit gebeuren en schrok hier erg van. In een mail aan Papendrecht.net geeft ze aan:
"Elke avond weer gebeurt er iets bijzonders boven ons hoofd.
Een zwerm spreeuwen tekent patronen in de lucht, alsof de avond zelf even wil laten zien hoe mooi samen bewegen kan zijn. Golven van vogels die draaien, stijgen en dalen – een levend schilderij tegen de ondergaande zon. Even sta je stil en kijk je omhoog, verwonderd.
Vanavond gebeurde er iets anders. In de bomen waar de spreeuwen hun rustplek hebben gevonden, werd vuurwerk gegooid. Niet door kinderen die niet beter weten, maar door volwassenen. Mensen die het zat zijn dat er poep op hun huis komt.
En dan vraag ik me af: zijn we echt zo ver gekomen?
Dat een beetje overlast zwaarder weegt dan het respect voor het leven om ons heen?
Dat we schoonheid eerst bewonderen, maar wegjagen zodra het ons niet perfect uitkomt?
Die spreeuwen kiezen geen plek om mensen te pesten. Ze zoeken gewoon een veilige plek voor de nacht. Net zoals wij een dak boven ons hoofd zoeken.
Misschien zegt zo’n moment iets over hoe we naar de wereld kijken.
Of we alles willen controleren en schoon willen houden voor onszelf.
Of dat we nog ruimte laten voor de natuur, ook als die soms een beetje rommel maakt.
Want eerlijk gezegd: als we zelfs een zwerm vogels in de avondlucht niet meer kunnen verdragen… wat zegt dat dan over ons?
Zijn we echt zo triest geworden? Of kunnen we nog leren om gewoon even omhoog te kijken en te beseffen hoe bijzonder het eigenlijk is dat ze er zijn."