dinsdag 28 september 2021

Alles over Papendrecht

Ingezonden brief Alex Verlek: Gegroet

12 november 2009 (door Hennie van der Zouw)

PAPENDRECHT - Als de zon schijnt op een herfstmiddag, na een week van niets dan regen en gure wind, dan klaart ook je humeur op.
Dan heb je zin om even lekker naar buiten te gaan. Een frisse neus halen. Even lekker onder de mensen want je weet dat je natuurlijk niet de enige bent die er naar snakt om er even op uit te gaan.
Dikke jas aan, de rits lekker hoog dicht en je nestelt je eens lekker in die behaaglijke warmte voordat je de deur uit stapt.
Voordat je op pad gaat, sta je even stil. Stil staan en met je ogen dicht eens even lekker die zon op je gezicht laten schijnen.
Intussen trekt de hond ongeduldig aan de lijn. Alsof ze wil zeggen ‘kom op, grijp je kans!’

Ik geef mijn vrouw een hand en we lopen richting de rivier. Langs de kade lopend heb je tenslotte zo’n mooi uitzicht op de skyline van Dordrecht. Waar de waterbus geduldig mensen heen en weer brengt. Waar die stompe kerktoren trots de hoogmoed van destijds toegeeft. Waar de plezierbootjes nog een keer uit de haven mogen. Waar de grote schepen een althoos voortdurende stroom goederen vervoert. Mijn nieuwsgierigheid wordt dan vaak geprikkeld. Wat zit er in die containers? Wie zijn die poppetjes die ik waarneem in de stuurhut? We zijn zo dicht bij elkaar en toch zullen we elkaar waarschijnlijk nooit spreken. Levens glijden langs elkaar heen zoals het water, zonder een woord te zeggen, in kille donkerte aan mijn voeten voorbij stroomt. Soms vangen onze blikken elkaar en mijn opgeheven hand wordt dan steevast beantwoord met een groet vanuit de stuurhut. ‘Ik ken jou niet, maar je groet me wel vriendelijk. Dank je wel!’

Intussen zijn we natuurlijk al tientallen mensen tegen gekomen die hetzelfde idee hadden. Zondagmiddag: wandeltijd!
Gewoontegetrouw groeten we de mensen die we tegenkomen. Er gaat me iets opvallen. De Papendrechtse wandelaar groet niet of nauwelijks terug! OK, wellicht groette ik niet duidelijk genoeg. Ik spreek vervolgens duidelijker, probeer even oogcontact te leggen. Hmm, dat oogcontact lukt nauwelijks en ook het terug groeten wil niet veel beter. Het wordt een sport. Mijn vrouw is het inmiddels ook opgevallen en ik koor verwelkomen we onze dorpsgenoten: GOEDEMIDDAG! En we knikken en glimlachen er vriendelijk bij. Slechts enkelen beantwoorden onze groet even hartelijk. Anderen kijken haast verschrikt op vanuit het coconnetje waarin men zich gehuld heeft. ‘Huh, jou ken ik toch niet? Waarom groet je me dan?’ lijkt de gedachte te zijn. Veel anderen reageren totaal niet. Geen knikje, geen glimlach, geen opgeheven hand, geen vriendelijk woord.

Levens die elkaar op nauwelijks een meter passeren. We zullen elkaar waarschijnlijk nog wel eens tegenkomen in ons dorp. Morgen staan we wellicht naast elkaar in de winkels op De Meent. In dezelfde lift van de parkeergarages. Levens die elkaar passeren zonder een tel van verbinding. Ik word nieuwsgierig. Wat zit er in jouw container,  waarheen gaat jouw bootje? En ik realiseer me; het gaat me niets aan. Maar of je dan ook niet kunt groeten naar die andere reiziger? Dat lijkt me een gemiste kans.

Lees meer over:

ingezonden brief
Deel dit bericht met je vrienden!