Platform Dordtse Kerken: Razzia op Joodse Dordtenaren 80 jaar geleden nog steeds actueel

31 oktober 2022 • 18:21
Platform Dordtse Kerken: Razzia op Joodse Dordtenaren 80 jaar geleden nog steeds actueel
Ingang Joodse begraafplaats


DORDRECHT -    De geschiedenis van Dordrecht kent voorbeelden van Jodenhaat, antisemitisme en racisme.

Het Platform Dordtse kerken vraagt daarom juist nu de aandacht voor de eerste massale razzia op Joden uit Dordrecht  op 9, 10 en 11 november 1942. Dat is dus volgende week tachtig jaar geleden.

Het Platform vindt het nog steeds actueel om niet te vergeten.

De Joodse buurt met Synagoge, badhuis en school vooral rond de Grote Markt)kwam niet meer terug na de tweede wereldoorlog.  De meest nabij Synagoge, die herinnert aan toen, is te vinden in Sliedrecht (zie foto).

Aan de eigen achterban wordt gevraagd daaraan komende zondag (6 november) aandacht te besteden.

Het Platform maakt tevens de eerste wetenschappelijke resultaten bekend naar de gebeurtenissen, die te boek zijn geboekt door dr. Frank van Riet. Een samenvatting volgt na de verklaring.


DE VERKLARING DIE IS ONDERTEKEND DOOR SECRETARIS DIK VAN DER ZEIJDEN LUIDT:

Als bestuur van het platform Dordtse kerken vragen we uw aandacht voor het volgende:



In maand november 2022 is het precies tachtig jaar geleden dat de eerste grote groep Dordtse Joden uit de stad werd gedeporteerd. Daarbij past de omschrijving november razzia. Zo is het voor het eerst te boek gesteld door dr. Frank van Riet in “de Dordtse Affaire” dat onlangs uitkwam. Hij omschrijft die periode in 1942 als “De noodlottige novemberdagen”. De politieke politie uit Dordrecht en Rotterdam vervulde een hoofdrol.

Rond de honderd Dordtenaren werden thuis opgehaald en via de Hollandse Schouwburg in Amsterdam naar het oosten weggevoerd om bijna allemaal te worden omgebracht in een vernietigingskamp. Tijdens de razzia op 9, 10 en 11 november werd er door de rechercheurs in Dordrecht in de avonduren stevig gefeest.

Voor de eerste keer is na de tweede wereldoorlog de razzia op basis van wetenschappelijk onderzoek tot in detail te boek gesteld. De indrukwekkende details die zijn bovengekomen, laten het Platform niet onberoerd. “Daarom kunnen we nu op basis van feiten de dagen markeren in ons collectief geheugen. We vragen de Dordtse kerken in de diensten van zondag 6 november hieraan aandacht te besteden, bij voorbeeld door het doen van een voorbede", aldus voorzitter Hans Berrevoets.



In 2017 nam het Platform Dordtse Kerken het initiatief voor een herdenkingsbijeenkomst in de Grote Kerk en werd zo voor het eerst bij de november-razzia in 1942 stilgestaan.

Een dergelijke herdenkingsbijeenkomst wordt dit jaar niet gehouden en, mede daarom, vragen we u om in de dienst van 6 november aandacht te geven aan deze gebeurtenis.


Secretariaat Platform Dordtse Kerken
E-mail: info@dordtsekerken.nl


TEKST OVER 9-10--11 NOVEMBER 1942 (BESCHIKBAAR GESTELD DOOR DR. FRANK VAN RIET)


DORDRECHT - (achtergrond informatie bij verklaring Platform Dordtse kerken van dr. Frank van Riet. Info
is gebaseerd op zijn boek De Dordtse Affaire).

In maand november 2022 is het precies tachtig jaar geleden dat de eerste grote groep Dordtse Joden uit de stad werd gedeporteerd. Daarbij past de omschrijving novemberrazzia. Zo is het te boek gesteld door dr. Frank van Riet in "de Dordtse Affaire." Hij omschrijft die periode in 1942 als ,,De noodlottige novemberdagen" , waarbij de politieke politie uit Dordrecht en Rotterdam een hoofdrol vervulde.

Op maandagmiddag 9 november 1942 meldde zich een tiental rechercheurs van Groep 10, de politieke dienst van het Rotterdamse politiekorps, met enkele leden van de Sicherheitsdienst uit Rotterdam bij het hoofdbureau van politie in Dordrecht. Zij hadden lijsten bij zich met daarop de namen van Joodse mannen, vrouwen en kinderen die zo snel mogelijk moesten worden opgehaald en afgevoerd. Zo’n vier maanden eerder was in Nederland een begin gemaakt met de systematische deportatie van Joden naar het oosten.

Tijdens de drie dagen durende razzia’s kregen de rechercheurs uit Rotterdam vooral assistentie van twee leden van de Dordtse politieke politie. Deze agenten vierden na elke ‘actiedag’ met hun Rotterdamse collega’s uitbundig de successen. De feesten werden in aanwezigheid van vrouwen en onder het genot van veel sterke drank gehouden in de woningen waaruit ze eerder die dag de Joodse bewoners hadden weggevoerd.

Tijdens de noodlottige novemberdagen werden rond de honderd Joodse Dordtenaren thuis opgehaald en via de Hollandse Schouwburg in Amsterdam naar het oosten weggevoerd om bijna allemaal te worden omgebracht in een vernietigingskamp. 

Een van de feestende Dordtse politieke politiemannen, Harry Evers, was volgens Van Riet tijdens de bezetting betrokken bij honderden arrestaties, zowel in als buiten Dordrecht. Hij had een prominente rol vervuld bij de arrestatie van 77 mensen, onder wie 67 joden, die nooit uit de (vernietigings)kampen terug zouden komen. Daarbij was hij zich kennelijk zeer bewust van wat hen te wachten stond: hij snauwde joodse arrestanten toe dat ze naar het stikhok (de gaskamer) moesten.

Evers zou later tijdens de bezetting een dubbelspel hebben gespeeld. Terwijl hij in diverse kringen bekend stond als een fanatiek Jodenjager en oorlogsmisdadiger, zou hij op ingenieuze wijze hebben samengewerkt met de top van de illegaliteit.

Omdat deze top Evers tot het bittere einde steunde kon hij na de bevrijding moeiteloos het uniform van de Binnenlandse Strijdkrachten aantrekken en hij werd zelfs hoofd van het plaatselijke Bureau Nationale Veiligheid, terwijl zijn directe collega’s in interneringskampen werden opgesloten. Dit werd lang niet door iedereen begrepen en gewaardeerd.

Voor menigeen was Evers immers en Jodenjager en dus volledig fout geweest. Via ingezonden brieven in kranten lieten zij van zich horen. Uit krantenkoppen en opmerkingen als ‘jachthond voor de SD’ en ‘de gevaarlijkste SD-agent in Dordt’ blijkt duidelijk hoe zij over Evers oordeelden. 

Tot drie keer toe werd Evers gerehabiliteerd. Tijdens de onderzoeken dit geleid hadden tot rehabilitatie werd er niet of nauwelijks rekening gehouden met de Joodse slachtoffers. Nergens werd gesproken over feestende politiemannen tijdens de novemberrazzia’s in 1942. 

Door de volhardendheid van een kleine groep werd uiteindelijk een onderzoek gestart, met als resultaat dat Evers zich alsnog voor de rechter moest verantwoorden. De rechter oordeelde weliswaar dat Evers antisemitische denkbeelden had maar vond dat zijn goede daden zwaarder wogen dan zijn foute handelingen bij de politieke politie en legde een milde staf op.

Tijdens het onderzoek van Van Riet werd al snel duidelijk dat Evers naast vele arrestaties mogelijk bij veel dubieuze praktijken betrokken was geweest, zoals het onderbrengen van een Duitse geheime zender, die na de bevrijding binnen de zogenaamde weerwolforganisatie actief moest worden, hij kwam daarnaast op strategische plekken waar de Duitsers nagenoeg geen enkele Nederlander toeliet. Er werd beweerd dat de top van de illegaliteit hem Evers bleef steunen omdat hij hen chanteerde. Waarschijnlijk vanwege het feit dat hij teveel van hen wist wat het daglicht niet kon verdragen.

De gebeurtenissen die in Dordrecht tot deze affaire leidden, vertonen dezelfde kenmerken als andere spraakmakende affaires waarmee Nederland na de bevrijding te maken kreeg, zoals de Velser affaire. Misschien is de Dordtse affaire vanwege de vele slachtoffers zelfs nog wel omvangrijker.

(Uitgever boek Just Publishers: www.justpublishers.nl)


Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.